Maandelijkse belevenissen
van een natuurgids
17 augustus
Ouderdom komt met
gebreken. Een natuurgids kan nog zo zijn best doen om vitaal
over te komen… de natuur is onverbiddelijk.
Pepijn de Jonge heeft onze huidige situatie naast onze voordeur
geschilderd. Hij maakte gisteren de laatste streken. Onze
geslonken ambities zijn plas-tisch weergegeven in een vergane
auto, die tussen fris heermoes ligt te vegeteren. De motor is er
allang door een handige klusser uitge-haald. Maar met een Sahara
storm is een treksprinkhaan op ons tuinornament geland. Hij rust
uit en wacht op een stevige noordwester die hem weer richting
Afrika brengt. In de tussentijd zal hij zich hier, in Oirlo,
moeten vermaken. Net als wij. Zolang de natuur het toelaat.
Een
actuele puzzelvraag die we pas oplossen als we alle
puzzelletters horizontaal hebben ingevuld: de berkenwants. “O
ja”, zegt Hanneke, “er zijn veel berkenwantsen deze zomer”. In
het door mij gekoesterde boek ‘De wonderwereld van de insecten’
van Martin van der Donk en Teo van Gerwen vind ik informatie. De
berkenwants heeft klieren aan de achterpoten, die zij kan legen
op berkenbladeren en op het eigen lichaam. Het kliervocht
stinkt. En niet weinig ook.
Een foto van een moederwants laat
iets bijzonders zien. Zij zit op twintig à dertig eie-ren en
houdt dat net als een broedende kip twee à drie weken vol.
Zonder een poot te verzetten. Als de kinderen om haar heen
krioelen en begonnen zijn het berkenblad aan te prikken en leeg
te zuigen blijft moeders met haar stinkklieren haar kroost
beschermen. Tot de dood er op volgt en dan pas gaan haar
kinderen hun eigen weg. De inkt van bovenstaande info over
Elasmucha grisea is nauwelijks op-gedroogd of ‘wantsenman Berend
Aukema’ geeft bij Vroege Vogels aanvullende kennis.
Hij vertelt dat de zich verspreidende nimfen zich te goed gaan
doen aan de rijpende berkenzaadjes. Wantsen overwinte-ren als
volwassen dieren en een sociale lokstof zorgt er vaak voor dat
ze elkaar opzoeken om gezamenlijk te overwinteren. Weer een
zachte winter en er zijn volgend jaar nog meer berkenwantsen. De
‘wantsen-man’ raadt dan kampeerders aan een camping met weinig
berken op te zoeken.
18 september
Naast ons huis zijn
indertijd twee zomereikjes geplant. Op pakweg één meter van
elkaar.
Ongetwijfeld met de bedoeling er één te laten op-groeien tot
volwassenheid. Ze zijn echter beiden blijven staan en vor-men
samen één volle kroon, die boven ons huis uittornt.
Pepijn
heeft een takje met vijf eikenbladeren uit de kroon op de muur
onder de zomereik geschilderd. Rechts is een eikenpagevrouw
neerge-streken. Een donkerbruine vlinder met op elke voorvleugel
twee onge-lijke purperen verfstreken. Links vliegt een
eikenpageman weg. Zijn purperen voorvleugels zijn kenmerkend.
Dit tafereel speelt zich af in de zomermaanden. Ik stel me zo
voor dat de vlindervrouw op zoek naar honingdauw gaat.
Honingdauw bestaat uit suikerhoudende druppels die groepjes
bladluizen, op de bladeren die ze uitzuigen, achterlaten. Met
deze bouw- en brandstoffen kunnen de eieren aangemaakt worden
die de pagevrouw op eikentakjes afzet, zodat volgend voorjaar de
uitgekomen slakachtige pagerupsjes zich aan het uitbottende
eikenblad tegoed kunnen doen. In juli vliegt de volgen-de
generatie.
De pages brengen hun hele leven in de eikenkroon door en worden
dus vrijwel nooit gezien. Tenzij je flat op de kronen uitkijkt.
Volgens de geraadpleegde veldgidsen zijn eikenpages niet
zeldzaam, maar of ze in onze zomereik leven? Wim Jongejans
Wim Jongejans.
|