Werken op de Bakelse dijk

 

Werken op de Bakelse dijk.


Vanmorgen, 29 januari, zijn we met een tiental diehards aan het werk geweest op de Bakelse Dijk.
Een mooi stukje heide begon hier dicht te groeien met berkenboompjes. Dat is niet goed voor de dieren en planten die van de zon en de open plekken houden, zoals hagedissen, vlinders, en vogels die er op insecten jagen. We zijn hier nu al verschillende keren aan het werk geweest en vandaag was dat de derde keer. Aanvankelijk zouden we gaan werken in ons adoptiegebied de Spurkt. Echter wederom was het hier te nat.

Het IKL, in de personen van Peter en Tijmen, waren om half tien aanwezig met het witte busje.
Deze keer was Tijmen die de uitleg gaf. Echter hij hield het kort, want het weer was enigszins koud en van werken krijg je het warm.

Er werden drie groepjes gemaakt: ieder groepje kreeg een naam en wel: de gaai, de grauwe klauwier en de wespendief.
Peter gaf hierbij de opdracht om te ontdekken wat deze drie vogels gemeenschappelijk hebben.
We hebben drie uur heerlijk gewerkt met de nodige pauzes, waarbij we ons opwarmden met koffie, thee of chocomel met cake. Zoals gewoonlijk had Annie hier weer uitstekend voor gezorgd.

Om kwart over twaalf zijn we gestopt, we hebben het gereedschap opgeruimd en de ochtend afgesloten door even stil te staan bij de drie vogelnamen:

 

De (Vlaamse)gaai

De gaai ook wel Vlaamse gaai genoemd, is een opvallend gekleurde kraaiachtige.
 



Verspreiding
Deze vogel komt voor in het cultuurland en de bossen. Hij is over heel Europa verspreid met uitzondering van het hoge noorden. In nieuwbouwwijken zie je in eerste instantie vaak de ekster, naarmate de bomen en struiken in het openbaar groen en in tuinen groter worden, wordt deze langzaamaan verdrongen door de gaai.

Voedsel
Voedsel vindt de gaai in bomen en struiken, in de lucht en op de grond; het betreft een breed spectrum van dierlijk en plantaardig dieet: insecten en ongewervelden (waaronder veel plaagdieren), eikels, beukennootjes, hazelnoten en andere zaden en noten, vruchten als bramen, frambozen en lijsterbessen. Ook kleine of jonge zangvogels en eieren behoren tot het dieet, evenals kleine knaagdieren. Met de sterke snavel hakt de gaai gaten in harde omhulsels als slakkenhuizen, notendoppen en eierschalen en doorwoelt hij bodem, dierenpoep en menselijk afval.
De eik is afhankelijk van de gaai voor het verspreiden van eikels: de gaai vervoert ze in zijn keel en tussen zijn snavel naar plaatsen met een zachte ondergrond, waarna hij ze in de aarde duwt. Zo legt hij een wintervoorraad aan. Hij vergeet alleen een aantal plekjes. Wat niet teruggevonden wordt, kan uitgroeien tot een nieuwe eik. Om deze reden wordt de gaai ook wel 'de grootste bosbouwer' genoemd. De Duitse naam voor de gaai (Eichelhäher) typeert het gedrag.

 

 

 

De grauwe klauwier
De grauwe klauwier is een zangvogel die in Nederland en België in het broedseizoen verblijft. De vogel is de kleinste van de in West-Europa voorkomende klauwieren: klapekster, kleine klapekster en roodkopklauwier.

 

 

De grauwe klauwier is zo groot als een merel met een dikkere kop, die blauwgrijs is met een zwarte streep over het oog, verder warmbruin op de rug, zwart, wit en grijs op staart en stuit, roze op borst en buik. Een zangvogel met een stevige snavel, die aan de punt roofvogelachtig gekromd is.

Voorkomen in Nederland en Vlaanderen
De grauwe klauwier is in Nederland een schaarse broedvogel. Het aantal broedparen is sinds de jaren zeventig van de 20e eeuw achteruitgegaan. Tussen 1973 en 1977 werd het aantal paren in Nederland nog geschat op 200 tot 250, tussen 1998 en 2000 was het aantal gezakt tot 160 à 200. Sinds 2002 neemt het aantal broedparen toe in Nederland. In Vlaanderen was een kleine populatie in Belgisch Limburg, maar die is daar verdwenen. In Nederland komt de grauwe klauwier bijna uitsluitend voor als broedvogel op de zandgronden en daarin neemt Drenthe een belangrijke plaats in. De grootste populatie van de grauwe klauwier is te vinden in het Bargerveen. Vroeger broedde de grauwe klauwier ook in de Nederlandse duinen. In de jaren negentig heeft de grauwe klauwier echter dit gebied volledig verlaten. Wel zijn er in 2005 sinds jaren weer enkele broedgevallen gesignaleerd (Castricum, Vlieland). De grauwe klauwieren die in West-Europa broeden, overwinteren in het zuiden van Afrika. Ze verschijnen in april in hun broedgebied.

Bijzonderheden

Deze zangvogel heeft een haaksnavel en poten met scherpe nagels, evenals de andere klauwieren. Hij vangt vooral grote insecten en, veel minder dan de grotere klauwieren, hagedissen, veldmuizen en kleine vogels. Hij heeft ook de gewoonte gevangen prooien als voedselvoorraad op te prikken aan doornen of prikkeldraad.

 

 

 

De wespendief
De wespendief is een vogel uit de familie van sperwerachtigen.


De Wespendief is even groot als een Buizerd. En net als de Buizerd heeft de Wespendief een heel variabel verenkleed. Van kastanjebruin tot roomkleurig. Een duidelijk verschil is de langere en breed gestreepte staart. Ook is het korte, weinig op een stootvogel uitziende, snaveltje opvallend. Verder verschilt deze stootvogel in verscheidene opzichten sterk van de andere stootvogels.

Voedsel:
Ze voeden hun jongen met zelf uitgegraven wespenlarven, ofschoon volwassen vogels zich ook met andere kleine dieren voeden.

Biotoop:
Wespendieven komen in de zomer in een groot deel van Europa voor, waaronder in Nederland en België. Uitzonderingen zijn het Verenigd Koninkrijk, Spanje en de Scandinavische kust.
De vogel overwintert in West-Afrika, met name in Nigeria.
De wespendief eet vooral larven, poppen, volwassen wespen, bijen, hommels. Soms eet hij ook reptielen en andere insecten.

 

Wat is nu het gemeenschappelijke van deze vogels?

Ze hadden gemeen dat ze alle drie op een bijzondere manier aan hun eten komen.

  • De wespendief gaat ergens zitten loeren tot hij/zij een wesp ziet. Volgt die met de ogen waar de wesp naar toe gaat, Bij een wespenholletje gaat ze naar binnen en de vogel weet wat te doen staat. Ze/hij duikt naar het wespennest en graaft de raten uit om alles op te snoepen.

  • De Grauwe klauwier, zoekt prooi, kikkers, libelles, vlinders kleine zoogdiertjes en enz. spiest die aan een doorn op stekel of prikkeldraad en vormt zo een voorraadkast waaruit ze kan putten als ze wil eten en niets wil vangen.

  • De Gaai is een bosplanter, zoekt eikels, begraaft ze om een voorraad aan te leggen en zoekt ze weer op als ze wil eten. Vaak blijven veel eikels zitten en vormen zo een bos.

Om half een ging iedereen naar huis.

Het bestuur van IVN heeft vanmorgen een aantal stuks gereedschap in depot gekregen, zodat we indien we dat zouden willen wat vaker in de natuur kunnen gaan werken.

Klik hier voor de foto's gemaakt door Annie Verheijen.
Marije Freriks

 

 

 

 IVN afd. Geysteren/Venray