Educatief allerlei

 

 

Educatief allerlei (21)

Nul
Het viel mij direct op bij het herlezen van m’n schrijfsel in de vorige Mosella: boven aan de tweede bladzijde begon de zin er mee: “800 jaar geleden waren de Engelse en Nederlandse Grote vuurvlinders door een even brede Noordzee gescheiden als 200 jaar geleden het geval was, voordat de Engelse populatie uitstierf.”

Niet 800, maar 8000 jaar geleden waren de omstandigheden gunstig voor een vestiging van de Vuurvlinder in het laagveen dat zich ontwikkelde op de laagvlakte tussen Engeland en Nederland! Dus na de vorming van de Maasduinen. Ik blijf het gek vinden dat deze fout mij bij de correctie niet is opgevallen. Sorry. Hoewel bij sommige insecten evolutionaire veranderingen snel kunnen plaatsvinden (soms, zoals bij fruitvliegjes binnen luttele generaties), kan ik me voorstellen dat de vorming van Vuurvlinder naar Grote vuurvlinder heel langzaam is verlopen. Ze hebben maar een generatie per jaar en hoewel het groter worden in een gematigd klimaat wat voordelen heeft zoals het langer vasthouden van warmte, het vervoeren van een groter pakket eieren en het doorkruisen van een groter territorium, kunnen kleinere individuen zich ook best manifesteren. En dan gaat de omvorming vele jaren duren.

 



Na de zomerdroogte de eerste buitjes

Niet alleen werd Nederland weer groen; sommige planten begonnen na het eerste uitlopen snel te bloeien. Alsof ze vonden dat ze te kort geschoten waren. Nog geen 5cm hoog en de eerste gele Vlasbekjes verschenen al naast het asfalt van het fietspad van de Venrayseweg. En dat terwijl het Vlasbekje een overblijvende plant is.

In deze berm gedroeg de Avondkoekoeksbloem zich op dezelfde wijze bij droogte en hitte. Het best aangepast aan een hete droge zomer lijken Boerenwormkruid en Zeepkruid. Zij blijven de hele zomer doorbloeien en groen. Ook Boerenwormkruid bloeit, maar nu door het maaibeleid op 5cm boven de zandbodem. De heldere gele schermen boven het fijne lichtgroene blad heeft mij stiekem de naam “Koningin van de berm” doen bedenken. Hoe komen de genoemde bermplanten aan hun naam?
Daar moet je bij het Vlasbekje voor op je knieën. Tenminste als je het niet wilt plukken. De gesloten geeloranje bloem heeft wel wat weg van een Leeuwenbek, die alleen open gaat voor sterke bezoekers als hommels en bijen. Alleen zij krijgen toegang tot de lange bloemspoor gevuld met nectar. Met Vlas worden de smalle bladeren vergleken.
De Avondkoekoeksbloem begint in de middag te bloeien. Maar tegen het donker worden verspreiden de witte bloemen, die helder oplichten in het maanlicht, een fijne geur die insecten aanlokt. De naam Koekoeksbloem verwijst naar de periode dat koekoeken regelmatig roepen. Maar dit geldt alleen voor de echte koekoeksbloem.
Het Boerenwormkruid heeft een geschiedenis van medicatie achter de rug. De plant bevat sterk ruikende etherische oliën, waarmee je wormen en motten kunt bestrijden. En voor mensen met een minder verfijnde smaak is de plant als keukenkruid te gebruiken.
Zeepkruid deed z’n naam eer aan. De plant werd geoogst, de wortelstok gekneusd. In water gekookt krijg je een schuimende vloeistof die werd gebruikt voor het wassen van wol. Zeepkruid werd voor dit doel gebruikt. De vindplaatsen zijn lang niet altijd natuurlijk.
Naslag: Reader’s Digest”Wilde Planten”
Wim Jongejans


 

 

 

 

IVN Geysteren Venray