De Pen....

 

 

Zeegse

 

Als ik wakker wordt is het zes uur. Ik klim voorzichtig uit het stapelbed zodat ik mijn broer niet wakker maak. Dan loop ik op mijn tenen langs het bed van mijn ouders die ook nog heerlijk liggen te slapen. Ik kleed me snel aan en even later sta ik buiten ons tenthuisje wat zich op het terrein van “Mooi Zeegse” bevindt, in het stroomdal van de Drentsche  Aa.
Dan ga ik op pad. Het is midden in de zomer van 1968 en ik ben van plan een ochtendwandeling te maken in dit schitterende landschap. Ik loop langs een moeras en vervolgens tussen de rand van het “verboden bos” en de weilanden door richting de Schapendrift. In de berm van het zandpad groeien onder andere gentianen, boterbloemen en muizenoor.

Wanneer ik bij de Schapendrift aankom, een brede zandweg door het bos, denk ik terug aan de keer dat ik hier een bijzondere vuursteen vond die in een punt geslepen was en waaraan aan de andere kant twee kleine inkepingen zaten. Het bleek een speerpunt te zijn uit de prehistorie.

Ik wordt opgeschrikt uit mijn gedachten door een wegvliegende houtduif en vervolg mijn weg, richting Schipborg. Maar wanneer ik een bocht om ga sta ik plots oog in oog met een ree. Beiden blijven we stokstijf elkaar aankijken. Zodra ik me echter beweeg rent het ree weg. In de verte zie ik nog meer reeën in het weiland staan.
In Schipborg steek ik via een brug de Drentsche  Aa over die hier door het landschap meandert. In dit riviertje heb ik vaak gezwommen en urenlang gevist. Het vissen heb ik van mijn vader geleerd. Maar hij heeft mij niet alleen leren vissen. Hij heeft mij als kleine jongen tijdens onze wandelingen door het stroomdallandschap van de Drentsche  Aa ook geleerd hoe de bloemen en de kruiden heten en heeft mij ook de namen van de vogels geleerd die hier leven zoals de fazant, de patrijs, de houtduif, de Vlaamse gaai en de ekster.

Hij heeft mij alles verteld over adders, konijnen en reeën. Op één van onze wandelingen heeft hij mij gewezen op een konijn dat blind geworden was door de myxomatose en in een greppel gevallen was waar hij niet meer uit kon komen.
 



Ik vervolg mijn weg en geruime tijd later kom ik weer in de buurt van Zeegse. Hier loop ik over de zandverstuiving en tussen de heide en de vennetjes door richting het dennenbos. Op de zandvlakte kijk ik nog naar het hotel waar we heel af ten toe wat gaan eten als er iets te vieren valt.
Inmiddels is het vijftig jaar later en ben ik nog eens terug geweest naar Zeegse. Het kleine hotel op de zandvlakte blijkt nu een groot Fletcher hotel te zijn en een deel van de zandverstuiving is geasfalteerd en doet nu dienst als parkeerplaats.
Maar gelukkig heb ik de herinneringen nog. Mijn liefde voor de natuur heb ik te danken aan de vele jaren dat we onze zomervakanties en weekenden doorbrachten in Zeegse in Noord-Drenthe maar vooral aan de natuurwandelingen die ik met mijn vader maakte.
Sinds vorig jaar ben ik lid van IVN Geysteren-Venray en sinds een paar maanden zit ik in de redactie van de Mosella. De natuur blijft trekken….
Rob de Ruiter

 


De opzet van dit artikel is om elke maand iemand een stukje te laten schrijven voor de Mosella. 
Het onderwerp is vrij. Geef je de pen door, dan is het wel verstandig om vooraf even daarover contact te leggen.

Eerder ingezonden 'Pen' artikelen

 


 
 IVN Geysteren Venray