De Pen....
![]()
Harrie Bloemen heeft mij gevraagd of ik de pen over wilde nemen.
Graag wil ik me eerst even voorstellen;
Mijn naam is Piet Weijers tevens bestuurslid van het IVN.
Mijn beroep was tot 2002 melkveehouder, na bedrijfsbeëindiging werk ik nu als greenkeeper op de Golfclub Geijsteren.
Verder wil ik jullie iets vertellen over waar ik opgegroeid ben en waarom de natuur zo gewoon is in mijn leven en erbij hoort.
Ik ben opgeroeid op de boerderij die stond op de “heikamp” te Geijsteren. Deze boerderij was onderdeel van het Landgoed Geijsteren.
De heikamp is een bouwland dat omgeven is door houtwallen, deze laatste zijn nu nog aanwezig. De boerderij zelf is ongeveer in het jaar 1965 afgebroken, er staat nu een landhuis. Dit landhuis is gebouwd ter rechterzijde van de Tamme Kastanjeboom terwijl de boerderij aan de linkerzijde stond, waar nu een klein weilandje ligt.
We zaten dus altijd in de bossen rondom de boerderij. Er was altijd wel wat te beleven, het liefste gingen we daarheen, waar we niet mochten komen o.a. grindafgraving, beken en `t Geijsters Ven.
Dit was te gevaarlijk omdat er hier en daar moerasstukken tussen zaten, als men hierop sprong, ging de bodem op en neer. Via boomstronken kon men verder komen tot aan het water, soms hadden we natte voeten, dan trokken we de klompen uit en gingen we terug, zodat ze konden drogen.
Verder wisten we door ervaring, als we pijlen en een boog gingen maken, wat voor hout we daarvoor nodig hadden nl. voor de pijlen, hout van de vuilboom (sporkehout), omdat dit hout recht is en we het goed konden punten. Ook werd er wel een stukje ondereind van een braam op gezet en dit werd aan een kant aangepunt, zodat het nog harder was. En voor de boog gebruikten we eikenhout. Zo ook voor de katapult. (Y-vormig hout met een elastiek om eikels of stenen weg te schieten). Van vlierenhout werden fluiten gemaakt of knalbussen en van groene roggestengels, feepen (fluitjes).
Ook werden jonge konijnen uitgehaald en gevangen gezet om ze tam te maken, maar dat lukte nooit. Of ze waren weg of ze overleefde het niet omdat ze in gevangenschap niet te houden zijn. In de lente gingen we op het bouwland kievitseieren zoeken voor op te eten. Want als er gezaaid of geëgd werd waren de nesten toch verloren. En de kievit ging toch weer een nieuw nest maken. Verder kwamen de patrijzen, fazanten en reeën tot aan de boerderij. Wat altijd weer een mooi gezicht was.
Later toen ik de boerderij overnam was de natuur gewoon iets wat er bij hoorde, er werd soms rekening meegehouden. Er stond wel een pol brandnetels langs de weilanden, zodat de fazanten er een nest in konden maken om zich te verschuilen. De das kwam ook soms op bezoek en als die het op het land te bont maakte werd hij verjaagd.
Nadat we met de melkveehouderij gestopt zijn, konden we op de weilanden natuurbeheer toepassen.
Verder heb ik een cursus ”Erkend natuurbeheerder” gevolgd, waardoor ik nog meer inzicht kreeg in de natuur in relatie met de omgeving.
Dit is ook een van de redenen geweest om lid te worden van het IVN en de eventuele kennis over te dragen.
Met vriendelijke groet
Piet Weijers
Geef de pen door aan; Rien Eikmans
De opzet van dit artikel is om elke maand iemand een stukje te laten schrijven voor de Mosella.
Wie hebben de pen al ter hand genomen .... ?
Het onderwerp is vrij. Geef je de pen door, dan is het wel verstandig om vooraf even daarover contact te leggen.
![]()