De Pen....
![]()
In de pen ….!!
Op woensdagochtend ben ik meestal in de omgeving van Meerlo aan het wandelen met een aantal dorpsgenoten. Zo ook eind januari samen met mijn buurman Peter. Hij vertelde dat bij hem in de blauwsparren waarschijnlijk een uil zat want zijn vrouw had uilenballen en vogelmest onder de boom gevonden. Hij dacht er over een uilenkast in de tuin te plaatsen. Maar hij wist niet waar hij die plaatsen moest.
Na de wandeling belde ik Piet Willems op met de vraag wat voor soort uil dit kon zijn.
Piet vertelde dat dit waarschijnlijk de ransuil was. Als je nu met de verrekijker gaat kijken dan zul je hem wel zien zitten dicht tegen de stam van de boom. Overdag rusten ze in de boom en ‘s avonds gaan ze op jacht. Ik was erg nieuwsgierig en ging direct naar Peter toe en met 2 verrekijkers in de aanslag zagen we inderdaad de ransuil op een tak zitten. Wat een prachtige vogel is dat. De uil is ongeveer 35 cm hoog heeft 2 mooie pluimpjes op zijn kop en een paar grote oranje ogen voor in de kop met een krans van kleine veertjes. Het verenkleed is prachtig met lichte en donkerbruine verticale strepen.
Ik ging snel weer naar huis om Piet te bellen dat het inderdaad een ransuil was.
Piet vermoedde dat het een roestplaats(verzamelplaats buiten het broedseizoen van meerdere families) was en zei dat er wel meer uilen in de boom konden zitten. Ik weer terug met de verrekijker naar de buurman. Peter had ondertussen al een paar mooie foto’s van de ransuil gemaakt. Na enige tijd zoeken langs de boomstam en het dichte bladerdek zagen we inderdaad een 2de uil hoog in de boom. We waren erg enthousiast.
Nogmaals Piet opgebeld wat voor soort nest die gebruiken. Het blijkt dat de uil gebruik maakt van oude kraaien, ekster en eekhoornnesten met een minimale doorsnede van 35 cm of in een holte. Piet vermoedt dat er in de straal van 500 meter een nest is waar de uil in maart weer gaat broeden.
Vanuit mijn tuin heb ik ook uitzicht op de 7 meter hoge sparren.
De volgende dag bekeek ik de boom en ja hoor ik zag de ransuil lekker in het zonnetje zitten. Af en toe krabbelde hij op zijn kop en keek mij met zijn grote ogen aan. Ik vind het een wonder dat de ransuilen midden in Meerlo deze bomen als roestplaats hebben uitgekozen. Regelmatig heb ik een van de uilen nog mogen bekijken. Ik heb een aantal braakballen geplozen hierin zaten o.a. een klein en een groter vogelschedeltje en een woelmuiskaakje met driehoekige kiesjes en een kaakje van een ware muis met knobbelkiesjes. In vergelijking met een kerkuilenbraakbal zitten er minder botjes in. Dit komt doordat de ransuil sterker maagsap heeft waardoor kraakbeen wordt verteerd..
Eind maart zijn ze vertrokken naar hun broedplaats om voor nakomelingen te zorgen. Ik hoop dat ze de komende winter weer terug komen.
Nieuwsgierig geworden heb ik op internet een paar wetenswaardigheden opgezocht. In open gebieden met voldoende landschapselementen als bosjes, houtwallen en dichte hagen vind de ransuil zijn voedsel. Het broedseizoen is van maart tot juli .Ze leggen 3 -5 eieren en hebben een legsel per jaar. De jonge ransuilen, de zogenaamde "takkelingen", kruipen uit het nest als ze ongeveer drie weken oud zijn en klauteren in de nestboom, van tak naar tak.
De jonge ransuilen worden met vijf weken vliegvlug, ze worden daarna nog vijf of zes weken door de oudervogels verzorgd, voordat zij zelfstandig worden. Het gaat niet zo goed met de ransuil,ze zijn in aantal aan het afnemen. Ze staan dan ook op de rode lijst.Er is geen eensluidende verklaring voor. De populatie is erg afhankelijk van het voedselaanbod dit zijn vooral de woelmuisjes. Stadsuitbreiding, omzetten van grasland in akkers, frequenter maaien, egalisatie en ontwatering hebben ongetwijfeld geleid tot een afgenomen aanbod van Veldmuizen. Overigens geldt die afname niet voor alle gebieden waar sprake is van natuurgericht maaibeheer, braakleggings- regelingen e.d. kon de Ransuil weer wat terrein terugwinnen.
Door de afname van kraaien en eksters zijn er ook minder nesten voor de uilen beschikbaar om te broeden. Jagers hebben een hekel aan de kraaien en eksters en schieten dan ook vaak in het broedseizoen door de nesten heen …. Er kan natuurlijk ook een ransuil op zitten met alle gevolgen van dien.
In Drenthe is onderzoek gedaan naar de afname van de ransuil, het blijkt dat de havikken door de afname van houtduiven en kraaien overgestapt zijn op o.a. de ransuil.
Ze hadden in een jaar tijd bijna alle jongen opgegeten.
Wist u dat de ransuil tot de “zeevogels “behoort? Ik niet en was dan ook verbaasd toen ik dit las. Vanaf de gasplatforms in de Noordzee ong.160 km uit de kust komen jaarlijks 6 -10 meldingen, dat daar hoofdzakelijk in oktober, ransuilen enkele weken verblijven. Ze doen zich daar tegoed aan kleine vogeltjes.
Zo ik wil het hier bij laten. Als u ook nieuwsgierig bent geworden er staat nog meer informatie, met prachtige foto’s op internet.
Met vriendelijke groeten,
Jolande Verbeek
Ik geef de pen door aan Chrit Luys.
De opzet van dit artikel is om elke maand iemand een stukje te laten schrijven voor de Mosella.
Het onderwerp is vrij. Geef je de pen door, dan is het wel verstandig om vooraf even daarover contact te leggen.
Wie hebben de pen al ter hand genomen .... ?
![]()