Vleermuizen
|
Datum : Maandag 10 november 2003 Plaats : Café ’t Trefpunt Geysteren Aanvang : 20.00 uur Presentatie : Gerard van Leiden, vleermuizendeskundige Veghel
|
|
Algemeen De naam vleermuis komt van “vleugelmuis”, maar een vleermuis heeft niets met een muis te maken. De vleermuis is het enige zoogdier ter wereld dat echt kan vliegen. Door de eeuwen heen waren mensen doodsbang voor vleermuizen. Ze dachten dat ze van de duivel kwamen, omdat ze zo geheimzinnig rondvlogen in het donker. Vleermuizen zijn echter heel bijzondere, onschuldige en nuttige dieren. Soorten
|
|
Echo-locatie
Klik hier als je het echogeluid van een vleermuis wilt horen.(omgezet naar onze oren)
|
|
De Rosse Vleermuis vliegt wel tot een meter of zestig boven de grond en dus boven de boomtoppen. Dit betekent dat hij heel hard moet “roepen”om een echo te kunnen horen. Hij doet dit relatief met een lagere frequentie, omdat er hoog in de lucht niet veel obstakels zijn. De Watervleermuis vliegt slechts zo’n 15 centimeter boven het wateroppervlak en Laatvliegers en Dwergvleermuizen vliegen ongeveer halverwege de boomhoogte. Deze soorten hoeven daarom minder hard te “roepen”om een echo te horen, de frequentie is echter veel hoger. Dit om botsingen te vermijden. Bij elke piep die een vleermuis produceert, is er een bepaalde spier die hun gehoorgang tijdens het roepen afsluit. Direct na de roep ontspant de spier zich weer, zodat de vleermuis alleen de echo hoort en niet zijn eigen roep. Met een bat-detector kunnen de roepen van een vleermuis
voor mensen hoorbaar gemaakt worden. Deze zet de onhoorbare hoge frequentie van
de piepjes om in voor de mens hoorbare geluiden. Iedere vleermuissoort
produceert op een bat-detector een eigen karakteristiek geluid.Rosse vleermuis |
|
Zomer- en winterverblijven Boombewonende vleermuizen gebruiken meestal oude spechtgaten in bomen, welke voldoende ruim dienen te zijn, daar de vleermuis op zijn kop wil hangen. De Rosse Vleermuis en de Watervleermuis zijn algemeen boombewonende soorten. Dwergvleermuizen en Laatvliegers komen praktisch alleen in gebouwen voor. Vleermuizen zijn echte warmteminnende dieren. In gebouwen hangen ze dan ook op zolders en in de nok van kerktorens. In de winter zijn er geen insecten. Dan houden de meeste vleermuizen een winterslaap, welke ongeveer vijf maanden duurt. Hierbij overwinteren ze in ruimten waar een constante temperatuur heerst, liggende tussen de een en tien graden. De ruimte dient vochtig te zijn, dit om uitdroging te voorkomen. Voorkeur hebben ze dan ook voor kelders, grotten, oude bunkers e.d. Ze overwinteren hangend op hun kop aan hun achterpoten. Tijdens de winterslaap daalt hun lichaamstemperatuur tot 1 graad boven de omgevingstemperatuur terwijl hun hartslag daalt naar 1 á 2 slagen per minuut.
Soms worden ze even wakker
om te vliegen, wat te drinken of om te paren. Voortplanting Vleermuizen brengen hun jongen ter wereld in kraamkolonies waarin uitsluitend vrouwtjes met hun jong verblijven. Er wordt meestal maar één jong geboren. Het is niet precies bekend waar de mannetjes verblijven als de vrouwtjes in de kraamkolonie zijn. Men denkt dat ze in kleine groepjes in de buurt van de kraamkolonies ophouden. Als het jong na ongeveer 5 weken zelfstandig is geworden dan wil het vrouwtje vrij snel daarna paren. De mannetjes zorgen er dus wel voor dat ze in de buurt zijn. De paring vindt meestal plaats in de herfst of de winter. Het vrouwtje bewaart de sperma in haar lichaam tot na de winterslaap. Daarna vindt de eigenlijke bevruchting plaats. Het jong wordt geboren op het moment dat de meeste insecten vliegen, ongeveer eind juni.
Het vangen van een prooi Een vleermuis vangt en prooi in het netje dat gevormd wordt door het vlies tussen de beide achterpoten en de staart. Hij vliegt daarbij vlak over de prooi heen en schept hem uit de lucht, in het netje. Vleermuizen jagen tegen de avondschemering of ’s nachts. De reden is waarschijnlijk dat de vleermuis, die niet zo’n snelle vlieger is, overdag teveel concurrentie heeft van zwaluwen. Tevens is hij overdag een te gemakkelijke prooi voor roofvogels. Uitnodiging
|
Laatst
bijgewerkt 18 oktober 2003