Verslag excursie Millingerwaard

 


Lest best…
12 mei 2012. Het jaarlijkse uitje van de Vogelwerkgroep. Om 6:00 uur met zeven personen vertrokken voor een tocht door Millingerwaard, Ooijpolder en Kraaijenbergse Plassen. Om 6:50 uur bij Kekerdom de Millingerwaard in en naar de observatiehut waar we drijvende plantenvlonders met een twintigtal baltsende zwarte sterns konden bekijken. Daarna verder het gebied in, maar door de lage temperatuur en stevige wind lieten zich de eerste uren niet zo veel vogels zien (wel horen). Veel grasmussen, ganzen en (berg)eenden op de plassen, spechten en overvliegende koekoeken.

Al wandelend genieten van het ooibos met zijn vele meidoorns in volle bloei, bloeiende reseda, wede, wolfsmelk en andere planten. Na enkele uren brak de zon door en aangezien we op dat moment op een beschutte plek stonden werd het even aangenaam. Heel kort dachten Annie Verheijen en ondergetekende gek te worden omdat zij als enigen heel duidelijk een sprinkhaanrietzanger hoorden, maar de overige vijf heren niet. Pas toen het geluid van heel dichtbij kwam, hoorden ook zij het.

Gezien hebben we deze zanger echter niet, omdat hij zijn snorrende geluid vanuit een verborgen positie in de meidoorns maakte.
Om 11.00 verder over de dijk richting Ooij met nog een paar stops om vogels te kijken in de plassen langs de rivier (o.a. kieviten, groenpootruiter, lepelaar, zwarte stern). Na in de Oortjeshekken koffieplus te hebben gebruikt door naar Beers om vanuit een observatiehut bij een van de Kraaijenbergse plassen op zoek te gaan naar de witwangstern die hier gesignaleerd zou zijn. Die niet gezien, wel veel visdiefjes die vlak voor onze neus balts- en paringsgedrag vertoonden.

Op zeker moment bespeurde Annie aan de overkant van de plas een watervogel waarvan Frans in eerste instantie dacht dat het een jonge aalscholver was, maar Jeroen en ondergetekende hadden hun twijfels aangezien de kenmerkende kromme snavelpunt ontbrak en er ook tekening onder de vleugels aanwezig leek te zijn. Wat kon het dan wel zijn?

Op basis van de in de hut aanwezig kaart en de informatie in het boekje van Piet leek het op een parelduiker in winterkleed, wat leidde tot een uitgebreide discussie tussen voor- en tegenstanders aangezien dat voor dit gebied een redelijk unieke waarneming zou zijn.

Op zulke momenten zal je altijd zien dat de boeken met details over tekening en afmetingen in de auto zijn achtergelaten. Het verlossende woord werd uiteindelijk gesproken door een andere vogelaar die op bezoek kwam en inderdaad kon bevestigen dat het om een parelduiker ging.
De laatste waarneming van de dag was dus ook meteen de beste en met een goed gevoel reden we terug richting Venray.

Hendrik-Jan van Telgen, 13 mei 2012

 

 

 

 IVN afd. Geysteren/Venray